FAQ

Veelgestelde vragen over Windunie, duurzame energie en windenergie.

Over Windunie

  • Windunie is een samenwerkingsverband tussen eigenaren van windmolens door heel Nederland, ontstaan uit de Vereniging van Windturbine-eigenaren in Noord-Holland. In 2001 hebben we onze krachten gebundeld met ongeveer 50 leden en gezamenlijk 6 MW opgesteld vermogen. De Coöperatie kent nu ongeveer 225 leden in heel Nederland en heeft zo’n 400 MW achter zich.

    Windunie ondersteunt ondernemers en burgercoöperaties bij de ontwikkeling en exploitatie van windmolens en streeft naar maximale opbrengst voor de korte, maar nadrukkelijk ook de lange termijn.

  • Windunie is een coöperatieve vereniging, ofwel: een samenwerkingsverband onder leiding van een bestuur met volledige rechtsbevoegdheid. De allocatie van gelden wordt door de leden van de coöperatie bepaald en de winsten worden over de leden verdeeld. Zo hoeven de leden niet afzonderlijk allerlei zaken te regelen, maar kunnen ze het bestuur daarvoor opdracht geven.

  • U.A. staat voor ‘Uitgesloten Aansprakelijkheid’. Tot 2015 betaalden leden bij aanvang van het lidmaatschap een deel van het gezamenlijke garantiekapitaal, gebaseerd op het eigen opgestelde vermogen. Dit kapitaal is nog altijd eigendom van het betreffende lid en gezamenlijk wordt besloten hoe het wordt ingezet danwel terugbetaald. Mocht de coöperatie failliet gaan, dan kunnen leden het garantiekapitaal (deels) verliezen. In het geval van ontbinding van de coöperatie wordt het overblijvend voordelig saldo verdeeld onder hen die op het tijdstip van de ontbinding lid zijn van de coöperatie en bij aanvang het garantiekapitaal hebben gestort.

  • Windunie is in 2001 begonnen met circa 50 leden. Inmiddels is dit aantal gegroeid tot meer dan 225 leden. Het totale opgestelde vermogen van Windunie is in deze periode gegroeid van 6 MW naar ruim 400 MW.

  • Coöperatie Windunie heeft een bestuur van minimaal vier en maximaal vijf leden. Het belangrijkste besluitvormingsorgaan van de coöperatie is de Ledenvergadering. In de Ledenvergadering hebben alle leden zitting en deze komt tweemaal per jaar bij elkaar.

  • Windunie doet voor haar leden het contractbeheer, begeleidt de aanvragen voor [Garanties van Oorsprong] en SDE+De methodiek van de Stimulering Duurzame Energie is in 2008 gewijzigd en heet sindsdien SDE+. De regeling kent een gefaseerde openstelling, waarbij de goedkoopste technologieën als eerste in aanmerking komen voor subsidie. Deze subsidie bekostigt het verschil tussen de kostprijs en de marktprijs van duurzame energie. Bij de aanvraag wordt bepaald hoeveel de opgewekte duurzame energie moet opleveren om rendabel geproduceerd te worden. De uitgekeerde subsidie is vervolgens afhankelijk van de marktprijs. Bij een hoge stroomprijs wordt dus minder subsidie per kWh verstrekt. De uitvoering van de SDE+ regeling ligt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Meer informatie vindt u hier.subsidie, voert lobby op landelijk en provinciaal niveau, verhandelt stroom, onderhoudt contacten met netbeheerders en kan worden ingehuuurd voor het projectmanagement bij de opschaling of ontwikkeling van windparken.

  • Eigenaren van windturbines en parken in ontwikkeling kunnen lid worden van Windunie. De statuten geven aan hoe iemand lid kan worden en wat de regels zijn die binnen Windunie gelden. Kijk voor meer informatie op de pagina’s coöperatie, hoe werkt de coöperatie en lidmaatschap. Meer informatie over de organisatie vindt u hier.

  • De lidmaatschapsbijdrage is de bijdrage van elk lid voor de diensten die Windunie levert aan de leden, en is afhankelijk van het de productie van uw windmolen of windpark. Meer over onze diensten vindt u bij lidmaatschap. Per geproduceerde MWh dragen leden een bedrag af. De bijdrage wordt berekend aan de hand van staffels.

  • Jaarlijks wordt een begroting voor de kosten voor de coöperatie vastgesteld. Dat betreft kosten voor het bestuur (de bestuursvergoeding, vergaderkosten) voor het onderhoud van de coöperatie (kosten ledenvergaderingen, communicatie) en voor ondersteuning (ledenadvies, ontwikkeling diensten voor leden). Aan het einde van dat jaar is bekend of de coöperatie binnen de begroting is gebleven en hoeveel productie is gedraaid. Op basis daarvan wordt de ledenbijdrage vastgesteld door de ledenvergadering. Die kan in een goed windjaar dus meevallen.

  • De opzegtermijn van Windunie bedraagt minimaal één kalenderjaar en eindigt altijd op 31 december. Wie zijn lidmaatschap opzegt in juni is vervolgens nog anderhalf jaar lid.

  • Leden van Windunie produceren windenergie die voor een deel wordt verkocht aan Greenchoice. Vervolgens biedt Greenchoice consumenten de mogelijkheid om Winduniestroom af te nemen. Deze consumenten weten zeker dat ze 100% schone, Nederlandse windenergie afnemen. De kracht van Windunie ligt bij productie, niet bij de levering aan klanten. Daarom hebben we deze activiteiten ondergebracht bij Greenchoice.

  • Met Greenchoice is er op twee manieren een relatie. Een groot deel van de productie van Windunieleden wordt via de Windunie-Pool verkocht aan Greenchoice. Daarnaast brengt Greenchoice Winduniestroom op de markt. De productie wordt ook aan andere energiebedrijven geleverd, of direct op de APX via Windunie Trading.

  • Windunie Trading is opgericht voor en door windturbine-eigenaren. U kunt nu met een onafhankelijke energiehandelaar in zee die werkelijk verstand heeft van windzaken. We hebben een eigen windvoorspeller, waarin we storing en onderhoud snel kunnen verwerken. Door met een collectief van windturbines te werken, wordt voordeel behaald. De kosten van onbalans verminderen door het gelijktijdigheidprincipe: als uw turbine meer produceert dan verwacht, dan produceert een ander vaak wat minder.

    We zitten er bovenop. Bovenop de voorspellingen, bovenop de handel en bovenop de binnenkomende productiecijfers. U zult merken dat we u soms bellen: “Heeft uw turbine stilgestaan die dag?” Hiermee sluiten we uit dat uw productie verloren gaat in het elektronisch berichtenverkeer. We voorkomen zo bovendien onbalanskosten. Standaard dienstverlening voor ons, uniek voor de sector.

Duurzame energie

  • Schone stroom wordt opgewekt met behulp van natuurlijke bronnen. Bijvoorbeeld de zon, het water en de wind. Gewone stroom wordt opgewekt in centrales die gestookt worden op kolen, gas of olie. Hierbij komen schadelijke stoffen als CO2 en zwavel vrij die het broeikaseffect veroorzaken. Bovendien raken bronnen als kolen, gas en olie langzaam op. U vindt onder duurzame energie meer informatie.

  • De meeste energie wordt opgewekt met centrales die gestookt worden op kolen, gas of olie. Deze fossiele brandstoffen zijn niet oneindig aanwezig in de aarde. Dat betekent dat ze eens op zullen raken. Bovendien komen bij het stoken van de centrales CO2 en zwavel vrij. Teveel van deze stoffen is zeer schadelijk voor het milieu en is de belangrijkste veroorzaker van het broeikaseffect. Kiezen voor duurzame energie is dus kiezen voor een duurzamere toekomst.

  • Windenergie is de komende 20 jaar een van de belangrijkste duurzame bron van elektriciteit voor Nederland. Windenergie is schoon, onuitputtelijk én we kunnen het zelf produceren. Zo zijn we minder afhankelijk van gas, kernenergie en kolen uit andere landen. Bovendien zijn windmolens op land de goedkoopste vorm van duurzame energie.

  • Om genoeg schone stroom te produceren, hebben we naast wind, ook zon, water, aardwarmte en biomassa hard nodig. Windenergie is op dit moment de schoonste en goedkoopste optie voor duurzame energie. Zonne-energie is sterk in opkomst, maar momenteel nog duurder dan windenergie.

Windenergie

  • Een windmolen (windturbine) heeft rotorbladen, ook wel wieken genoemd, laten een generator draaien, een soort dynamo. De generator zet de draaiende beweging van de rotorbladen om in elektrische stroom. Meer informatie vindt u onder Hoe werkt windenergie.

  • Een moderne windmolen heeft een vermogen van ongeveer 3 MW en levert per jaar ongeveer 6.6 miljoen kWh. Afhankelijk van de locatie kan één zo’n turbine stroom leveren voor wel 2200 huishoudens. Meer informatie vindt u onder Hoe werkt windenergie.

  • In de eerste 3 – 6 maanden levert een molen al evenveel energie op als de productie en bouw heeft gekost. Daarna levert de molen nog 15 tot 20 jaar lang schone, CO2-vrije energie. Meer informatie vindt u onder Hoe werkt windenergie.

  • De kostprijs van windenergie op land is ongeveer 7 eurocent per kWh (de prijs is afhankelijk van de locatie: op windrijke locaties als de kust is de kostprijs lager dan in het binnenland). De marktprijs (zonder belastingen) voor elektriciteit schommelde de laatste jaren tussen de 2,5 en 5 cent per kWh. De Rijksoverheid stimuleert bedrijven via de subsidieregeling [SDE+] om te investeren in windenergie. Dit doen ze door het verschil tussen de duurzame elektriciteitsprijs en de marktprijs te compenseren gedurende een vooraf vastgestelde periode, bijvoorbeeld 15 jaar. Meer informatie vindt u onder Hoe werkt windenergie.

  • Grote molens produceren veel meer stroom dan kleine. Als de rotorbladen twee keer zo lang worden, is de stroomopbrengst ver keer zo groot. En omdat het hger in de lucht harder waait, is het ook ffectief om hogere turbines te bouwen. Als we kiezen voor grotere turbines hebben we er dus minder nodig om dezelfde hoeveelheid elektriciteit op te wekken. Meer informatie vindt u onder Hoe werkt windenergie

  • Om voldoende duurzame energie te produceren in de toekomst hebben we zowel windmolens op land als op zee nodig. Het is dus niet of-of, maar en-en. De prijs voor wind op zee daalt snel, maar als je alle kosten meeneemt is wind op land nu nog goedkoper dan wind op zee.  In het Energieakkoord is afgesproken dat er in 2020 6000 MW wind op land en in 2023 4500 MW wind op zee gerealiseerd moet zijn.

  • Als het waait, stroomt er lucht langs de rotorbladen (wieken) van een windmolen. Dat veroorzaakt een geluid dat door mensen als zoevend, zwiepend of stampend wordt ervaren. Hoe harder het waait, hoe meer geluid een windmolen produceert. Het is echter niet gezegd dat al het geluid dan ook als zodanig waargenomen wordt. Als het hard waait is er vaak ook veel geluid uit andere bronnen, zoals het bewegen van bomen en blaadjes. Het windmolengeluid valt dan voor een groot deel weg tegen dit omgevingsgeluid.

    Lden en dB(A)

    In Nederland is er een norm gesteld, die aangeeft hoeveel windmolengeluid er gemiddeld per jaar op de gevel van huizen in de buurt mag komen. Daarbij wordt de eenheid Lden (Level day evening night) gebruikt. Deze maat houdt rekening met omgevingsgeluid en de geluidsbeleving binnen verschillende dagdelen. ’s Avonds en ’s nachts is het buiten stiller en valt windmolengeluid meer op; in die periodes wordt er daarom een nog strengere norm Lnight gebruikt. Daarnaast wordt het volume niet in decibel (dB), maar in dB(A) aangeduid. Hierbij worden de lagere en heel hoge frequenties, die wij minder goed horen, minder zwaar meegeteld, waardoor dB(A) meer rekening houdt met de menselijke waarneming van geluid.

    De norm

    In de Wet Milieubeheer is beschreven dat een windturbine gemiddeld per jaar niet meer geluid mag maken dan Lden 47 dB(A) op de gevel van een huis. Dit is vergelijkbaar met 40 à 41 decibel. Ter vergelijking: regen produceert een geluid van 50 dB, net als een koelkast. Een koffiezetapparaat en een elektrische tandenborstel produceren 55 dB. ’s Avonds en ’s nachts mag een windmolen jaarlijks gemiddeld slechts Lnight 41 dB(A) geluid op de gevel van huizen maken. Qua decibellen zit dit tussen de stilte in een bibliotheek en het gefluit van vogels bij zonsopkomst in. De Nederlandse norm wijkt niet duidelijk af van normen in andere Europese landen, en komt overeen met de aanbevelingen van de World Health Organisation (WHO).

  • Als de zon op de draaiende wieken van een windmolen schijnt, veroorzaakt dit een bewegende schaduw: slagschaduw. Als de slagschaduw op een raam van een huis valt, kan de afwisseling tussen licht en donker als hinderlijk worden ervaren. De kans dat er slagschaduw optreedt is in het voor- en najaar het grootst, omdat dan de zon wat lager aan de hemel staat.

    Voor ‘gevoelige objecten’ zoals woonhuizen, die ramen bevatten, en in de buurt van een windmolen staan, zijn wettelijke normen vastgesteld om de hoeveelheid slagschaduw te beperken. De wet schrijft voor dat de hinderduur door slagschaduw jaarlijks gedurende 17 dagen meer dan 20 minuten mag bedragen, en de hinderduur de overige dagen van het jaar maximaal 20 minuten per dag mag bedragen. U kunt dit nalezen in de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenbesluit). Op windmolens moet een zogenaamde stilstandvoorziening aangebracht worden; mocht de kans bestaan dat de slagschaduwnorm overschreden wordt, dan wordt de turbine automatisch stilgezet.

  • Veranderingen in de omgeving kunnen invloed hebben op de waarde van een woning. Denk aan nieuwbouw, een gewijzigd bestemmingsplan, de bouw van een bedrijven- of evenemententerrein of de bouw van een windpark. Het is echter niet gezegd dat deze veranderingen altijd leiden tot woningwaardedaling. Recent onderzoek van de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam laat zien dat de plaatsing van een windmolen binnen een straal van twee kilometer van de woning kan zorgen voor een lagere woningprijs. De mogelijke daling na de komst van een windmolen ligt gemiddeld tussen de 1,4 en 2,3% ten opzichte van vergelijkbare woningen zonder windmolen in de buurt. Het maakt daarbij niet uit of het om één enkele molen of meerdere molens gaat. Het is zogezegd de eerste die het effect veroorzaakt, windmolens daarna veroorzaken dit effect niet (nog eens).

  • Windmolens zijn verantwoordelijk voor minder dan 1% van alle vogelslachtoffers. Uit een Canadese studie blijkt dat katten, botsingen met ramen in gebouwen en hoogspanningskabels meer dan 95% van alle vogelslachtoffers veroorzaken.

  • Turbines met een tiphoogte (masthoogte + lengte rotorblad) hoger dan 150 meter zijn vanwege de luchtverkeersveiligheid uitgerust met zogenaamde obstructieverlichting. Dat betekent dat er op elke windmolen overdag witte en ‘s avonds rode lampen branden. De verlichting is verplicht, en aan alle windparken worden dezelfde verlichtingseisen gesteld, ondanks een diversiteit aan situaties. Uit recent onderzoek is gebleken dat er met behulp van bijvoorbeeld een aeronautische studie wellicht per park ook alternatieve vormen van verlichting mogelijk zijn. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu moet beslissen of de verlichting met behulp van zo’n studie in de toekomst ook daadwerkelijk aangepast mag worden.

  • Een windmolen moet op voldoende afstand van huizen staan om overlast te voorkomen. De strenge geluidsnormen zijn daarvoor bepalend. In de praktijk houdt dit in dat een windmolen minimaal 400 meter van de dichtstbijzijnde huizen af staat.