Het repoweren van windturbines staat de laatste maanden in de belangstelling. Bij het vaststellen van de nieuwe normen voor windturbines op land zijn ‘vervanging van bestaande windmolenparken’ en ‘woningbouw’ de enige uitzonderingsgronden die met naam genoemd zijn om af te wijken van de voorgestelde afstandsnorm van twee keer tiphoogte.
Inmiddels begint het kwartje te vallen dat als je niets doet, het opgesteld vermogen van wind op land komende jaren zou kunnen afnemen. Windmolens die erg lang staan, kunnen namelijk aan de grens komen van hun technische levensduur en afgebroken worden. Om teruggang in opgesteld vermogen te voorkomen, zien we bij Windunie een aantal mogelijkheden.
1. Verlenging van levensduur
We helpen leden om te zorgen dat windturbines die technisch nog prima op orde zijn nog een aantal jaar langer kunnen doordraaien. Zo zorgen we samen met onze leden ervoor dat de turbines verzekerbaar blijven, goed onderhouden kunnen worden en de juiste certificaten kunnen blijven houden. Door verlenging van certificering zo veel mogelijk collectief aan te pakken, houden we de kosten daarvan zo laag mogelijk.
2. Vervanging voor een windturbine van ruwweg dezelfde afmetingen en vermogen
Dit is enerzijds een aantrekkelijk pad: de nieuwe windturbine kan gerealiseerd worden met gebruikmaking van de bestaande infrastructuur. Zeker voor wat betreft de netaansluiting is dat in deze tijden van netcongestie zeer relevant: er hoeft immers niet gewacht te worden op het beschikbaar komen van extra netcapaciteit. De bestaande aansluiting voldoet in de meeste gevallen. Anderzijds heeft deze optie ook nadelen: de huidige subsidiesystematiek staat deze optie vaak in de weg. De geldende subsidiebedragen zijn namelijk geënt op grotere windturbines met lagere kosten per geproduceerde kWh. Daarnaast loopt de beschikbaarheid van windturbines van dit formaat al jaren terug. Tot slot zijn sommige vergunningen zeer strak omkaderd afgegeven en mag alleen exact dezelfde windturbine worden teruggebouwd. Terwijl dat type mogelijk niet meer beschikbaar is. Het aantal projecten dat op deze basis ‘repowered’ is, is de laatste jaren klein. Wellicht dat (subsidie)beleidswijzigingen om dit beter mogelijk te maken, kunnen helpen.
3. Vervanging voor een grotere windturbine maar wel op dezelfde plaats.
Deze optie kan een oplossing bieden voor bovenstaande problematiek ten aanzien van beschikbaarheid van turbines en kostprijs. Er zijn nadelen: vaak moet dan de netaansluiting wel vergroot worden met de nodige gevolgen voor de doorlooptijd. Ook moet een grotere windturbine wel passen in de beschikbare ruimte en moeten overheden meewerken aan toestemming.
Op veel plaatsen is er aarzeling ten opzichte van het toestaan van grotere solitaire windmolens. Voordeel van dit soort projecten is dat de totaal opgewekte hoeveelheid energie toeneemt. Wat ons betreft een reden voor overheden om toch in ieder geval deze optie heel serieus te bekijken om achteruitgang van de windenergieproductie te voorkomen.
Opschalingsprojecten
Dit zijn de projecten zoals we die al gezien hebben in bijvoorbeeld de Wieringermeerpolder en Zuidelijk Flevoland. Daar zijn de solitaire windturbines vervangen door grotere exemplaren. De eigenaren van de solitaire windturbines zijn met elkaar en andere lokale ondernemers en bewoners mede-eigenaar geworden van deze grote windparken. Ook deze parken hebben als voordeel dat ze aanzienlijk meer energie zijn gaan leveren dan de solitaire molens die zijn weggehaald.
Opschaling gekoppeld aan energievraagclusters
Of er in Nederland nog veel ruimte is voor de omvang van opschaling zoals we dat in de Flevopolder hebben gezien, is de vraag. Maar in de provincie Friesland is heel recent ruimte gekomen – in een nieuwe POVI – voor een belangrijke ontwikkeling: daar wordt de sanering van bestaande windturbines gekoppeld aan het realiseren van nieuwe windturbines bij zogenaamde energievraagclusters. Eind september is de omgevingsvisie waarin dit beschreven staat door Provinciale Staten vastgesteld.
Zo wordt, geheel in lijn met de visie van Windunie, opwek gerealiseerd in de buurt van de vraag naar energie. De toekomst van ons energiesysteem is decentraal. Met alle voordelen ten aanzien van netcongestie van dien.
Ook ontstaat dan de mogelijkheid om energiegemeenschappen te realiseren waarbij het doel is lokale bedrijven van goedkope stroom te voorzien om ze zo voor de regio te behouden. Windenergie is immers de goedkoopste bron van energie in Nederland en het werkpaard van de transitie.
Zo worden de projecten van het verleden en de projecten van de toekomst met elkaar verbonden en ontstaat perspectief, zowel voor solitaire turbine-eigenaren als voor energie-intensieve ondernemingen!
Auteur: Pascal Weijers | Algemeen directeur Windunie