Reactie NWEA op overwinst windprojecten

Windunie is via Energie Samen lid van NWEA

Windprojecten verdienen geld, dat streeft iedereen na die een marktsysteem zit waarin risicovol geld wordt geïnvesteerd. Tegenover die risico’s staat een gezond rendement. In een recent proefschrift van Daan Hulshof wordt de stelling geponeerd dat windprojecten in de afgelopen jaren hogere rendementen (oftewel overwinsten) gemaakt zouden hebben dan nodig zou zijn om deze projecten gerealiseerd te krijgen. In een blog licht hij een aantal zaken nader toe. Bij de stevige conclusies van dit onderzoek en de aanname dat het makkelijk anders en beter zou kunnen, zijn wel een aantal vraagtekens te zetten. 

SDE++

Bij de investeringen in duurzame energie is het verschil met investeringen in een ‘gewone’ markt dat de overheid de onrendabele top dekt: het deel van de kostprijs van energie dat niet wordt terugverdiend via de marktprijs. Dat wordt al een lange periode gedaan via de SDE++ en de voorlopers daarvan. Dat komt omdat investeren in fossiele energie goedkoper is dan duurzame, mede omdat de maatschappelijke kosten (luchtvervuiling, klimaatverandering etc.) niet of onvoldoende in de prijs worden meegenomen. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ geldt niet of onvoldoende voor de fossiele energie.

In een dergelijk systeem moet de overheid zelf een inschatting maken van de kosten en rendementen. De kans dat de inschatting niet helemaal klopt met de werkelijkheid is zeer groot. Bovendien hebben projecten van verschillende ondernemers op verschillende locaties elk net een andere kostprijs: is er onvermijdelijk spreiding. De overheid moet daarbij een afweging maken tussen de wens om zoveel mogelijk projecten te realiseren en het risico dat er in sommige gevallen (iets) meer rendement wordt gemaakt dan de bedoeling is. In Nederland wordt deze inschatting sinds jaar en dag gedaan door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zij maakt ieder jaar op basis van onder andere een marktconsultatie een inschatting van de verschillende onderdelen van de kostprijs. Op basis van dit advies stelt het ministerie van Economische Zaken & Klimaat elk jaar de SDE++ bedragen vast.

Overwinst van wind

De vraag is of er bij de productie van duurzame energie zogenaamde overwinsten zijn gemaakt. Dat is lastig te bepalen omdat elk project dus anders is en met name de kosten uit tal van zaken zijn opgebouwd. De stelling van Hulshof is dat er 30-50% overwinst gemaakt zou zijn. Voor de duidelijkheid, hiermee wordt niet bedoeld dat het rendement 30-50% is. Zijn stelling is dat de overheid 30-50% teveel subsidie uit zou keren.

Voorbeeld: stel de kosten voor het opwekken van windenergie zijn €60 per megawattuur (MWh). De marktprijs is echter €40/MWh. Dan dekt de overheid de overgebleven €20/MWh via de SDE++. De stelling is dat de overheid gemiddeld genomen toe had gekund met 30-50% minder, dus €10-13 i.p.v. €20. Ook dan zouden de projecten gerealiseerd zijn.

De vraag is dus of dat klopt, vooral omdat de afgelopen twee jaren de businesscase flink veranderd is. Feit is dat enkele jaren geleden de overheid en de windsector het eens waren over de noodzaak om de kostprijs verder te verlagen. Vanuit de wind (en zonne-)sector is daar ook een concreet plan voor ontwikkeld. De windsector en de overheid hebben de kosten flink omlaag gekregen. Het onderzoek van Hulshof kijkt naar de jaren 2003, 2009 en 2018. De afgelopen jaren is echter de situatie ontstaan dat de adviezen van het PBL dusdanig laag zijn dat de windsector waarschuwt voor het risico dat toekomstige windprojecten niet meer rendabel te realiseren zijn. Het is onvermijdelijk dat in een onderzoek niet-actuele cijfers worden gebruikt maar de peildatum 2018 is (onbewust) ongelukkig gekozen. Als de recente jaren 2019 of 2020 waren meegenomen was zeer waarschijnlijk een heel ander beeld ontstaan.

Lees het hele artikel op NWEA.nl >>


Windunie is via Energie Samen lid van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) >>
Meer weten over lobby door Windunie >>