Gedragscode Wind op Land

In september 2014 ondertekenden brancheorganisatie NWEA, de natuur en milieufederaties, Natuur & Milieu en Greenpeace de Gedragscode Wind op land. In oktober 2015 ondertekenden ook ODE Decentraal en Milieudefensie de gedragscode, die dus breed draagvlak kent. Windunie houdt zich natuurlijk aan de gedragscode. Hieronder de belangrijkste punten. De gehele gedragscode leest u hier.  

  1. De initiatiefnemer is – aansluitend op de door de overheid genomen stappen in het ruimtelijke ordeningsproces – verantwoordelijk voor het betrekken van de omgeving in het hele projectproces (ontwikkeling, bouw en exploitatie). Dit gebeurt zo vroeg mogelijk; de vormgeving van een project begint met participatie van de omgeving tijdens de planvorming.
  2. Initiatiefnemers stellen daartoe in overleg met het bevoegde gezag en belanghebbenden, voorafgaand aan het ruimtelijke ordeningsproces van het project, een participatieplan op; initiatiefnemer stelt binnen het project een contactpersoon aan voor de omgeving.
  3. De omvang en inhoud van het participatieplan is maatwerk en afhankelijk van het project en de uitkomsten van de gesprekken met de omwonenden en andere belanghebbenden.
  4. Het participatieplan beschrijft de (bovenwettelijke) participatie:
    • De procesparticipatie (bijvoorbeeld consulterende gesprekken met belanghebbenden, het opzetten van een klankbordgroep, organiseren van discussies, informatieavonden of ontwerpateliers, inrichten van een goed en transparant systeem voor het behandelen van vragen en klachten).
    • De projectparticipatie (bijvoorbeeld financiële deelneming met aandelen/obligaties, lokaal fonds, omwonendenregeling zoals groene stroom met korting, korting op de energierekening of een andere (financiële) vergoeding, creëren lokale werkgelegenheid).
  5. Bij voorkeur wordt in samenspraak met betrokkenen gezocht naar participatieopties met een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement.
  6. Als indicatie van de financiële ruimte voor (bovenwettelijke versterking van) draagvlak en participatie hanteert de windsector een richtbedrag van 0,40 tot 0,50 euro/MWh .
  7. De verschillende financiële bijdragen die de initiatiefnemer levert aan de omgeving worden integraal in ogenschouw genomen om stapeling van bijdragen te voorkomen. Bij de besteding van de financiële bijdrage komen bestemmingen waarbij een directe relatie tussen project en omgeving zichtbaar zijn, in aanmerking.
  8. De initiatiefnemer is primair verantwoordelijk voor de communicatie rondom het project groot mogelijk maatschappelijk rendement.