Ruimtelijke planvorming

Windunie adviseert initiatiefnemers van een windproject in het traject van de ruimtelijke planvorming. Hoe dit traject eruit ziet, is afhankelijk van de vraag of het Rijk, de provincie of de gemeente optreedt als bevoegd gezag.

Welke overheidslaag het bevoegd gezag is, wordt bepaald door de grootte van het te bouwen windpark, uitgedrukt in het aantal Megawatt1 Megawatt = 1000 kW (MW) opgesteld vermogenHet opgesteld vermogen is het potentiële vermogen dat per uur kan worden opgewekt door de opwekkingsinstallatie. Dus een windmolen met een opgesteld vermogen van 2 Megawatt (MW) kan per uur maximaal 2 Megawattuur (2000 kWh) aan energie opwekken.. Voor projecten van meer dan 100 MW is het Rijk het bevoegd gezag en dan wordt de RijkscoördinatieregelingDe Rijkscoördinatieregeling is van kracht als het Rijk oordeelt dat projecten van nationaal belang zijn en ze daarover zelf de besluitvorming wil coördineren. In het geval van projecten op het gebied van energie-infrastructuur ligt de verantwoordelijkheid voor de coördinatie bij de minister van Economische Zaken. Windparken van meer dan 100 MW vallen onder de Rijkscoördinatieregeling. Dat betekent dat het Rijk verantwoordelijk is voor het publiceren van de terinzagelegging en het vaststellen van (voorlopige ontwerp)besluiten, en voor het verlenen van vergunningen. Doel is de procedures te verkorten en te stroomlijnen, waardoor projecten sneller kunnen worden gerealiseerd. Meer informatie vindt u hier. toegepast. Tussen de 5 en 100 MW is de provincie het bevoegd gezag en dan is de provinciale coördinatieregelingDe provinciale coördinatieregeling is van kracht bij windparkern van 5 tot 100 MW en de verantwoordelijkheid voor de coördinatie ligt bij de Gedeputeerde Staten. Dat betekent dat GS verantwoordelijk is voor het publiceren van de terinzagelegging en het vaststellen van (voorlopige ontwerp)besluiten, en voor het verlenen van vergunningen. Doel is de procedures te verkorten en te stroomlijnen, waardoor projecten sneller kunnen worden gerealiseerd. van kracht. Tot 5 MW treedt de gemeente op als bevoegd gezag.

Verzoek tot planologische medewerking

Als uit de haalbaarheidsstudie blijkt dat een windproject in principe mogelijk is, dan is de volgende stap het indienen van een verzoek tot planologische medewerkingDit is een verzoek om af te tasten wat het bevoegd gezag vindt van het voorgenomen ruimtelijke initiatief. Het betreft initiatieven die niet in het geldende bestemmingsplan passen. Het voordeel van een verzoek tot planologische medewerking is dat een plan niet eerst tot in detail uitgewerkt moet worden, en pas dan wordt gekeken of er bereidheid is het bestellingsplan aan te passen. Als die bereidheid er aanvankelijk al niet is, kan dat maar beter zo snel mogelijk duidelijk zijn. bij het bevoegd gezag. Verleent de betreffende overheid deze medewerking, dan kan worden gestart met de werkzaamheden die moeten leiden tot het verkrijgen van een vergunning voor de bouw van het windpark.

Voorbereidend onderzoek

Om tot vergunningverlening te komen moeten eerst verschillende onderzoeken uitgevoerd worden. Afhankelijk van de grootte van het beoogde windpark zijn deze onderzoeken beperkt tot zeer uitgebreid. Dit zijn onderzoeken op het gebied van externe veiligheid, geluid, slagschaduw, ecologie, bodem, archeologie etc. Bij grotere windparken kan het wel een jaar duren voor alle onderzoeken zijn afgerond.

Locaties turbines

Door het uitvoeren van de onderzoeken wordt ook steeds duidelijker waar de windturbines kunnen komen te staan. De turbines mogen niet te dicht op woningen staan en er moet rekening gehouden worden met bijvoorbeeld buisleidingen waar gas doorheen loopt, met dijken, waterwegen, hoogspanningsmasten etc. Daarnaast kijken we ook van wie de grond is waarop de turbines komen te staan. Dit kan grond van de initiatiefnemers zijn, maar ook de gemeente, Rijkswaterstaat, bedrijven, Staatsbosbeheer of particulieren kunnen eigenaar zijn. Daar moeten natuurlijk afspraken over worden gemaakt.

Vergunningsaanvraag

Als de onderzoeken zijn afgerond dan kan bij het bevoegd gezag een verzoek worden ingediend voor een omgevingsvergunning, ontheffing Flora- en Faunawet, Natuurbeschermingswetvergunning en watervergunning. Welke vergunningsaanvragen precies nodig zijn, is per project verschillend. Met de vergunningaanvraag wordt ook een palenplan ingediend. Hierop staan de plekken van de windturbines ingetekend.

Bestemmingsplan

Als de vergunningen onherroepelijk zijn kan bij het bevoegd gezag een verzoek tot wijziging of afwijking van het bestemmingsplan worden ingediend. Daarmee wordt de weg vrijgemaakt voor de bouw van het windpark. Tenzij een eventuele procedure bij de Raad van State alsnog leidt tot afwijzing.