Ontwerp-Omgevingsvisie Fryslân ter inzage: weer ruimte voor wind
Fryslân wil met minder windmolens meer stroom opwekken. Dat voornemen staat in de Ontwerp-Provinciale Omgevingsvisie (POVI) die het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân begin maart heeft vastgesteld. De provincie wil oude windmolens opruimen en vervangen door clusters van nieuwe windmolens op plekken waar een stroomtekort is. Als voorbeelden van plekken waar de situatie nu penibel is, noemt de provincie Hallum en Dokkum in Noardeast-Fryslân. De Ontwerp-POVI ligt ter inzage van 11 maart tot en met 21 april 2026.
Onder andere in het FREON-proces is afgelopen jaren hard gelobbyd voor provinciaal beleid dat nieuwe wind in Fryslân mogelijk maakt. In het POVI staat nu dat ‘wind een belangrijke bron van schone elektriciteit blijft’ en dat de provincie het opwekken van windenergie onder voorwaarden toestaat. Initiatieven moeten bijdragen aan Friese opgaven, zoals het verminderen van netcongestie, het betaalbaar houden van energie voor de Friese inwoners, en het verbeteren van de energievoorziening voor bedrijven. Daarnaast streeft de provincie naar clustering van wind om grote spreiding over landschap te voorkomen en de impact op het woon- en leefmilieu beperkt te houden.
Qua ruimtelijke ordening komt er het eerst ruimte voor nieuwe wind op die plekken waar de energievraag het grootst is: bij de grote energievraagclusters Leeuwarden, Heerenveen, Drachten, Sneek en Harlingen. Gekoppeld aan de lokale energievraag zijn windturbines daar mogelijk als onderdeel van energiehubs of collectieve oplossingen voor netcongestie. De provincie past de regelgeving daarop aan.
Energievraagclusters
De grotere energievraagclusters liggen volgens de provincie grotendeels in de uitnodigingszones. Dit zijn zones waar meerdere opgaven samenkomen, zoals groei van bedrijventerreinen, laadinfrastructuur en woningbouw. Door de koppeling van windturbines aan de opgaven in deze uitnodigingszones wil Fryslân de ruimtelijke kwaliteit en de samenhang met andere opgaven, ook tussen gemeenten bewaken.
Hiernaast biedt de provincie ruimte voor windturbines bij middelgrote energievraagclusters. Aan deze optie wordt het opruimen van bestaande turbines gekoppeld. Windturbines, in clusterverband, zijn hier mogelijk als deze bijdragen aan een collectieve oplossing of als onderdeel van een energiehub. Gemeenten zijn aan zet om het proces te leiden en het borgen van de randvoorwaarden zoals het lokaal eigendom. Per saldo moet dit leiden tot minder turbines (qua aantallen) en meer energieoplossingen in de provincie. In Fryslân staan momenteel 384 windturbines, waarvan, volgens de provincie, een groot deel (ongeveer 200) het einde van de technische levensduur nadert. Omdat veel oude vergunningen geen einddatum hebben, kan er nagedacht worden over hoe oude windturbines gekoppeld kunnen worden aan nieuwe opwek. Het POVI maakt gemeenten verantwoordelijk voor een zorgvuldige locatieafweging en het organiseren van draagvlak.
Lokaal eigendom
Lusten en lasten worden eerlijk verdeeld: opbrengsten blijven, wat Fryslân betreft, zoveel mogelijk binnen de provincie, met minimaal 60% lokaal eigendom (bewoners, een collectief van lokale bedrijven, en/of overheid) als uitgangspunt. Nieuwe windturbines worden toegestaan voor een periode van maximaal 25 jaar. Erfmolens zijn tegen het licht gehouden: in het POVI kiest de provincie voor grotere, samenhangende windoplossingen en staat geen nieuwe, solitaire dorpsmolens toe. Het principe van dorpsmolens – energie voor en door de Friezen – blijft voor de provincie wel belangrijk. Daarom wil Fryslân ervoor zorgen dat dorpen en coöperaties kunnen participeren in en betaalbare stroom kunnen afnemen van de genoemde grotere windopstellingen.